Als drinkwaterbedrijf zorgen we er voor dat onze klanten altijd water uit de kraan krijgen. Niet alleen beneden in huis, maar ook uit de kraan op de tweede of derde verdieping. Om zowel boven als beneden genoeg water met voldoende druk uit de kraan te leveren, gebruiken we bij Oasen grote pompen. Deze pompen pompen het drinkwater met een bepaalde ‘flow’ (hoeveelheid water) en onder een bepaalde druk het leidingnet in.
De benodigde hoeveelheid druk en flow verschilt per zuiveringsinstallatie. Voor verschillende leidingen, afstanden en aantal klanten gebruiken we verschillende pompen. Het vergt behoorlijk wat kennis om bij de bouw van een nieuw zuiveringsstation de juiste pomp te kiezen. Daarom organiseerden we in juni een pompencursus voor onze projectleiders nieuwbouw en onze assetmanagers.

Tijdens de cursus draaide het allemaal om deze machines: de pompen. In de blauwe isolatiekasten staan de pompen van ons zuiveringsstation De Steeg in Langerak.
Pompencursus
De deelnemers aan de cursus kwamen bijeen op ons zuiveringsstation De Steeg in Langerak. Deze mensen zijn in hun werk regelmatig bezig met de bouw van nieuwe zuiveringsstations en de manier waarop we ons leidingnet beheren en aanleggen. We vinden het belangrijk dat ze ook in de praktijk weten hoe dit allemaal werkt. De dag was daarom ingedeeld in blokken theorie, afgewisseld met bijpassende praktijkopdrachten. Het was wel even schrikken toen onze cursisten vooraf het advies kregen om een setje droge kleding mee te nemen. Bij het praktijkgedeelte zouden ze namelijk flink gaan knoeien met water!

In de opleidingsruimte vertelt Peter Mense, hoofd distributie bij Oasen, de deelnemers alle ins en outs over pompen.
Parameters van de pomp
Het eerste deel van de cursus ging over de ‘karakteristieken’ van een pomp: de druk (H) en de flow (Q). Dit noemen we ook wel de parameters van de pomp. De druk meten we in meters waterkolom. We geven hiermee aan tot welke hoogte in een huis of flatgebouw het nog mogelijk is water uit de kraan te krijgen. Gemiddeld komt het water uit ons leidingnet tot circa 35 meter hoogte. De flow is de hoeveelheid kubieke meters water die we per uur het leidingnet in pompen. Bij ons zuiveringsstation De Steeg is dat gemiddeld 1000 kubieke meter water per uur. Na het theoriegedeelte mochten de cursisten zelf aan de slag. Met enkel een emmer, een stopwatch, een centimeter en een slang moesten ze uitzoeken wat de karakteristieken van de pomp zijn.

Met behulp van een meetlint en een slang berekenen de cursisten de druk van de pomp. Tot hoeveel meter hoogte komt er nog water uit de slang als je de slang rechtop houdt?
Capaciteitscurve van de pomp
Gelukkig hoeven we niet altijd met een meetlint en een slang aan de slag om de karakteristieken van een pomp te bepalen. De verschillende waardes die de druk en flow aan kunnen nemen, meten we met behulp van druk- en flowmeters en kunnen we uittekenen in een Q&H-curve. De druk en de flow van een pomp hebben altijd een onderlinge relatie: wanneer de druk verandert, dan beïnvloedt dit de flow en andersom. Tijdens de tweede praktijkopdracht moesten de cursisten met behulp van een druk- en een flowmeter de Q&H-curve van de pomp uittekenen.

drukmeter flowmeter Q&H-curve

Hier bepalen de cursisten met behulp van de meetinstrumenten hoe de Q&H-curve van de pomp eruit ziet.
Systeemlijn van het leidingnet
Na het berekenen van de pompkarakteristieken was het berekenen van de weerstandslijn van het leidingnet aan de beurt. Het water dat door de leidingen loopt, heeft altijd een bepaalde weerstand. Hoe meer water er doorheen loopt, hoe hoger de weerstand. Ook deze gegevens kunnen we uittekenen in een Q&H-curve: de hoeveelheid water op de Q-as, en de weerstand op de H-as. Deze curve noemen we ook wel de systeemlijn van het leidingnet. Met behulp van een slang en een meetlint gingen onze projectleiders en assetmanagers aan de slag met het berekenen en uittekenen van de systeemlijn.

Met behulp van een slang en een meetlint berekenen de cursisten de systeemlijn van de pomp.
Werkpunt van de pomp
Met de uitgetekende curves konden de cursisten vervolgens bepalen wat de maximale capaciteit van de pomp is. Het ‘werkpunt’ van de pomp (het punt waarop de pomp optimaal gebruikt wordt) ligt namelijk op het snijpunt van de capaciteitscurve van de pomp en de systeemlijn van het leidingnet. Voorbij dit punt kiezen we of voor een zwaardere pomp of voor een grotere leiding.

1. Capaciteitscurve van de pomp
2. Werkpunt
3. Systeemlijn van het leidingnet
Pompconfiguraties
Bij het laatste onderdeel van de cursus gingen we in op de verschillende pompconfiguraties. Pompen kunnen parallel naast elkaar of in serie achter elkaar staan. We kiezen voor parallel geplaatste pompen als we een hogere flow willen. Doordat we twee pompen gebruiken, kunnen we een dubbele hoeveelheid water het leidingnet in pompen. Wanneer we een hogere druk willen, kiezen we voor pompen die in serie staan. Bij de eerste pomp kunnen we de druk namelijk opvoeren tot een bepaald niveau, waarna we bij de tweede pomp de druk vanaf dit niveau nog verder op kunnen voeren. Onze cursisten mochten ook de verschillende pompconfiguraties in de praktijk testen.

De cursisten bekijken de karakteristieken (druk en flow) van de verschillende pompconfiguraties. Op deze foto testen ze de parallelle pompconfiguratie.
Onze cursisten zijn deze dag een stuk wijzer geworden over de werking van de pompen. Ze leerden hoe de hoeveelheid druk en flow per pomp verschilt en hoe we door de juiste pompkeuze onze klanten zo optimaal mogelijk water kunnen leveren. Doordat de cursus uit een mix van theorie en praktijk bestond, kregen onze medewerkers meer feeling bij de inhoudelijke informatie. De combinatie van theorie en praktijk was succesvol en leuk!
Reageer op dit bericht