22-02-2012
Oasen startte anderhalf jaar geleden met het
PURO project. Hierbij leggen we in een grondwaterput een energiezuinige
Reverse Osmosis (RO) installatie aan, waarmee we drinkwater maken van brak water. Het ontwerp is nu klaar, maar voordat Oasen het project daadwerkelijk mag uitvoeren moeten we vier procedures doorlopen. De eerste procedure waarmee wij gestart zijn, is de aanvraag van een Opslagvergunning bij het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). Deze vergunning valt binnen de Mijnbouwwetgeving. Het is de eerste keer dat Oasen hier als drinkwaterbedrijf mee te maken krijgt.
PURO De procedures die Oasen moet doorlopen, zijn nodig om een innovatieve techniek te beproeven voor het zuiveren van brak grondwater, het zogenaamd ‘PURO project’. Hierbij onttrekken we brak water om dat vervolgens ondergronds te filteren. Daarna pompen we het schone water voor de drinkwatervoorziening naar boven en het uitgefilterde water blijft in de ondergrond achter.
Ontzilting en drinkwaterproductie met PURO concept
|
|
Mijnbouwwet
Het vergunningentraject voor de uitvoering van het PURO project zit complex in elkaar. Dit omdat voor de infiltratie van water dieper dan 100 meter de Mijnbouwwet geldt. De procedure hiervoor is gekoppeld aan de Omgevingsvergunning voor een ‘inrichting’. Veel energie is gaan zitten in het helder krijgen van de juiste procedures en de juridische discussie of de voorgenomen ‘PURO put’ nu bij de bestaande zuivering (‘inrichting’) hoort, waar de gemeente bevoegd gezag is, of dat het eventueel een aparte inrichting is, waarvoor het ministerie van EL&I bevoegd gezag is. Gelijktijdig is er ook een vergunning nodig in het kader van de Waterwet, omdat het onttrekkingsgedeelte van de PURO put een wijziging betreft van de bestaande vergunning.
Anderhalf jaar
In de Mijnbouwwetprocedures wordt Oasen nu formeel behandeld als een oliebedrijf. We moeten voor het PURO project namelijk water in de diepe ondergrond opslaan. Volgens de procedures is het noodzakelijk dat het voornemen om een vergunning te verlenen ter inzage wordt gelegd, om andere partijen ook de kans te geven hetzelfde te doen in dit gebied. Tevens wordt de Mijnbouwraad om advies gevraagd. De doorlooptijd van de procedures is zo’n anderhalf jaar. Naast de Opslagvergunning en de Watervergunning, moet Oasen nog een Omgevingsvergunning (aanleg put) aanvragen en een opslagplan opstellen.
Tegenslag
Voor Oasen betekent dit een tegenslag voor het project. Zowel de gemeente als de provincie en het ministerie denken positief mee met het initiatief. Binnen de huidige wetgeving is het echter blijkbaar niet sneller mogelijk. Inhoudelijk vervelend voor Oasen is het feit dat de toetsing in de relatief lange Mijnbouwwetprocedures weinig toevoegt aan de afwegingen van de provinciale overheid, maar wel de meeste tijd vragen. Gezamenlijk met collega-drinkwaterbedrijven Vitens, Brabant Water en de brancheorganisatie Vewin wil Oasen dan ook proberen de wetgeving voor drinkwatertoepassingen op dit terrein te vereenvoudigen.